Gesprekken met de psycholoog: cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie is een manier om beter te leren omgaan met je wanen of hallucinaties. Het doel is dat je minder last hebt van deze klachten en dat je niet zo belemmerd wordt in je dagelijkse bezigheden. Er zijn twee onderdelen bij cognitieve gedragstherapie.
1. G-training
De G-training bestaat uit een schema van vier G’s, namelijk een Gebeurtenis, de Gedachten, het Gevoel en het Gedrag. In vier gesprekken leer je hoe je feiten en gedachten van elkaar kunt onderscheiden. Het G-schema is hierbij een hulpmiddel. Hierin wordt de relatie tussen de verschillende G’s onderzocht. Je leert een bepaalde manier van denken, om zelf meer grip op negatieve gedachten en emoties te krijgen.
2. Gedachten uitpluizen
Voorbeeld: Als je op straat loopt kijken alle mensen je aan. Dit vind je vreemd. Je hebt het idee dat je in de gaten gehouden wordt. Ook kijken mensen je heel indringend aan. Ze willen je iets aandoen, daar ben je zeker van. Hier wordt je zo angstig van, dat je liever thuis blijft, waar het veilig is.
Samen met de psycholoog ga je de gedachten uit het voorbeeld uitpluizen. Je vormt met de psycholoog een onderzoeksteam. Je onderzoekt wat er gebeurd is en wat de betekenis daarvan is.
Zoals: wat is de rol van de mensen op straat?
- Welke motieven hebben zij?
- Welke conclusies heb je eruit getrokken?
- Welke beperkingen brengt deze situatie voor jou mee?
- Wat maakt je machteloos?
- Wat zijn eventuele andere mogelijkheden om met de gebeurtenissen om te gaan?
