Wat kan ik doen?


Het contact met uw familielid is anders

Een psychose heeft tot gevolg dat uw familielid anders in de werkelijkheid staat dan u gewend was. Het horen van stemmen kunnen hem afleiden als hij met u in gesprek is.

Het hebben van wanen kunnen zijn doen en laten bepalen. Zo kunnen mensen die een waan hebben, denken dat zij achtervolgd worden. Zij kunnen zich angstig en bedreigd voelen. Hierdoor kunnen zij prikkelbaar en agressief reageren.

Het is ook mogelijk dat bij uw familielid het denken niet vlot verloopt. Hij neemt de dingen minder goed in zich op en kan de lijn van het gesprek soms niet volgen. Hij vergeet erg veel, waardoor u de indruk kunt krijgen dat hij minder geïnteresseerd is in wat u hem vertelt.

Hoe ga ik daarmee om?

  • 'Benader iemand zoals u zelf benaderd zou willen worden.' Dat is het  beste uitgangspunt voor contact met andere mensen; of iemand nu patiënt, hulpverlener of groenteboer op de hoek is. Goed luisteren, respect voor de ander hebben en geen verwijten maken zijn daarbij belangrijk.
  • Vraag naar wat de persoon denkt, ziet, hoort en voelt. Praat zijn ideeën niet weg, neem hem serieus, maar ga niet in de wanen of hallucinaties mee. Oordeel niet over zijn ideeën, maar geef rustig aan dat u het anders ziet. Ook zonder dat u in zijn wereld kruipt, kunt u vertrouwen winnen door te luisteren.
  • Bevestig hem in ideeën die kloppen met de werkelijkheid.
  • Reageer zo rustig mogelijk op iemand die een psychose heeft. Boosheid en irritatie werken vaak averechts.
  • Geef de persoon de ruimte. Zit hem niet op de huid, dat kan extra stress geven bij iemand met een psychose. Ga niet in op een verzoek om hem voortaan helemaal met rust te laten. Isolement helpt niet.
  • Mensen met een psychose hebben moeite om de gevoelens van anderen te interpreteren. Ze kunnen overal wat achter zoeken. Wees daarom eerlijk en duidelijk over uw gevoelens.
  • Help mee om na een psychose het leven weer op te pakken. Een regelmatige dagstructuur en een rustige omgeving zijn belangrijk.